Het blauwe koor

20160314_Heikikkers_4157-bewerkt

In 2015 heb ik ze voor het eerst gezien, gehoord en gefotografeerd. De heikikkers. Hun kleur varieert van geelbruin tot rood/groenbruin. Maar in de paartijd kleuren de mannetjes blauw. Niet alleen de vrouwtjes worden hierdoor aangetrokken, ook fotografen en andere liefhebbers komen erop af.

20160317_Heikikkers_4411-bewerkt

20160313_Heikikkers_3697-bewerkt-2-bewerktAls de temperatuur enkele dagen boven de tien graden uitkomt, ontwaken de kikkers uit hun winterrust. Ze hebben dan bijna een half jaar grotendeels slapend doorgebracht, veilig weggestopt in de relatief warme humuslaag. De mannetjes worden eerst wakker. Ze huppen richting het water en ze proberen daar ongeschonden aan te komen. Met een maximale afmeting van zeven centimeter valt dat niet altijd mee. Ze kunnen door mens of dier letterlijk onder de voet worden gelopen. Als het water warm genoeg is, start het concert. De mannetjes blazen hun keel en wangen op en persen meerdere wuob-geluiden per seconde naar buiten. Ze hopen hiermee de vrouwtjes wakker te roepen. Ter versterking van hun aantrekkelijkheid kleuren de mannetjes blauw. Dit fenomeen is met name waar te nemen op de keel, maar bij voldoende hoge temperaturen wordt ook het lijfje felblauw van kleur. Slechts enkele dagen per jaar is die magische verkleuring waar te nemen.

20160314_Heikikkers_3930-bewerkt-bewerkt

20160313_Heikikkers_3757-bewerkt-bewerktTerwijl de mannetjes elkaar niet met rust kunnen laten en vechten voor de beste plek in het water, worden de vrouwtjes wakker. Ook zij verlaten hun veilige winterplek vanwege de drang zich voort te planten. Het water waar ze naartoe trekken is ondiep, stilstaand en bevat oevervegetatie. Dat is de beste biotoop voor het afzetten van hun dril. In de beschutting van graspollen of struikjes proberen de vrouwtjes wat te acclimatiseren. Hongerige reigers staan op de uitkijk en bij gevaar verdwijnen de kikkertjes onder water om nog dichter tegen de begroeiing aan te kruipen. Ondertussen zwelt de lokroep van de mannetjes aan. Wanneer een mannetje een vrouwtje in zijn armen heeft gesloten, laat hij haar niet meer los. Deze, niet altijd even liefdevolle, paringsgreep wordt amplexus genoemd. Het vrouwtje wordt stevig in de oksels gevat door de inmiddels opgezwollen voorpoten van het mannetje. Hij blijft haar op deze wijze omklemmen totdat ze haar kikkerdril heeft afgezet en hij de eitjes kan bevruchten. Het komt voor dat een vrouwtje te lang geen zuurstof krijgt en stikt.

20160311_Heikikkers_3583-bewerkt-bewerkt-2

20160317_Heikikkers_4300-bewerkt-bewerkt

Brand Loyalty by night

Brand Loyalty 4

Het is bijna zeven jaar geleden. Het Brabants Dagblad hield een fotowedstrijd “Klik-klik” met onder andere het thema avondfotografie. De wedstrijd heeft me geen prijs opgeleverd, maar de foto’s vind ik wel de moeite waard om te delen. Op 6 maart 2009 bezochten Jan en ik bedrijventerrein De Brand in ‘s-Hertogenbosch. Bij de entree van het industriepark aan de A2 stuit je direct op een opvallend pand, waarin zich het hoofdkantoor van Brand Loyalty bevindt. Leenders architecten kreeg de opdracht in 2003 en leverde het markante gebouw op in januari 2006. Opvallend zijn de vormen en de materialen van het pand. Het geëtst roestvrijstaal van de wanden kan verschillende kleuren aannemen bij wisselende lichtomstandigheden. In de avond, wanneer het door lampen subliem wordt uitgelicht, is het helemaal spectaculair. Hoewel ik de foto’s gemaakt heb in kleur, vind ik ze in zwart-wit toch krachtiger. De lijnen en het licht komen dan nog beter tot uitdrukking en het beeld blijft iets rustiger.

drieluik

Brand Loyalty 5

Een Fins sprookje, 16 t/m 23 maart 2008

In 2008 hebben Jan en ik voor het eerst op sneeuwschoenen gelopen. Nadat we eerder op ski’s hadden gestaan, leek mij dat minder geslaagd in combinatie met fotografie. Al bladerend in een brochure van SNP raakte ik betoverd door de sprookjesachtige plaatjes van winters Finland. Ik keek naar bomen verscholen onder een dik pak sneeuw en magisch warm licht zoals ik het niet eerder had gezien. We boekten de groepsreis naar Kuusamo, waar we zondag 16 maart aan het eind van de middag landden met Finnair. Het werd net donker. In maart zijn de dagen daar bijna even lang als in Nederland. Per minibus werden we naar Oivangin Lomakartano lodge gebracht, een traditioneel gebouwde houten Finse blokhut aan de oever van het Singerjärvimeer.

Oivangin lodge

Bij het opstaan was het prettig warm in de blokhut. Buiten lag de temperatuur natuurlijk onder de nul graden. De zon zorgde echter voor een aangenaam gevoel en het was tijd om de sneeuwschoenen aan te trekken. Tegen kou en nattigheid droegen we bergschoenen gevoerd met Gore-Tex en wollen sokken. De sneeuwschoenen bind je daar dan onder. Het zijn een soort rackets die je met banden en gespen aan je schoenen vastmaakt. Onze gids gaf uitleg, maar het was helemaal niet moeilijk en we liepen er zo op weg. Nadat we een paar honderd meter over paden hadden gelopen, weken we van het pad af, het grote voordeel van sneeuwschoenen. Je kunt vrijwel overal komen met de sneeuwschoenen onder. Het was wel een stuk zwaarder lopen dan over de paden. In de onbelopen sneeuw zakten we toch een aantal centimeter weg, waardoor we een spoor trokken met onze rackets. Vooral voor de eerste loper is dat een flinke inspanning. Als eendjes waggelden we achter onze gids aan. Het gaf me een heerlijk vrij gevoel, zo lekker buiten, lopend over de maagdelijke sneeuw. We liepen een rondje van zes kilometer, grotendeels tussen de naaldbomen door en over diep bevroren meren. Omdat ook de sneeuw was bevroren, zag je overal ijskristallen oplichten door de zonnestralen.

sneeuwkristallen

Door minibusjes werden we de volgende dag naar een gebied ten zuidoosten van Kuusamo gebracht. Tegen de Russische grens aan ligt een mooi heuvelachtig taigagebied. Het kenmerkt zich door uitgestrekte, koude en vochtige naaldwouden. Alle taigagebieden samen vormen het grootste bosgebied op aarde. Het is het noordelijkste gebied waar bomen kunnen overleven. De bomen die we hier zagen, hadden nog sneeuw op hun takken. We hebben de hoogste top uit de regio bedwongen, de Livaara (469m). Hoe hoger we kwamen, des te indrukwekkender waren de ingepakte bomen. Sommige bezweken bijna onder het gewicht van sneeuw en ijs. Op de top konden we Rusland zien liggen met het uitgestrekte taigawoud. Hoewel het midden op de dag was, waren onze schaduwen langer dan de werkelijkheid en zorgde sluierbewolking voor mysterieus gefilterd licht. Op de terugweg liepen we onderlangs de berg en konden we een bevroren riviertje oversteken. Tijdens de rit naar onze lodge kwamen we langs een boerderij met rendieren. Met mijn camera in de hand snelde ik naar het hek. Terwijl ik tot mijn heupen in de sneeuw wegzakte naast de kant van de weg, realiseerde ik me dat ik mijn sneeuwschoenen niet meer droeg. Een duidelijker voorbeeld van het nut van de rackets had ik niet kunnen bedenken.

bevroren rivier

 De derde dag werden we wederom weggebracht met minibusjes. In het kleine dorpje Tolva zijn we uitgestapt. De poolcirkel konden we bijna aanraken, zo noordelijk op de aardbol bevonden we ons. We hebben gewandeld in het nationaal park Riisitunturi, waar we de gelijknamige berg (465m) hebben bedwongen. Het leek of we op een andere planeet terecht waren gekomen, een stuk verder van de zon. Zo’n beetje alles op de berg was wit. Het sneeuwdek was zo indrukwekkend hoog, dag sommige bomen moeite hadden hun kruin erboven uit te steken. Een eindje uit elkaar liepen we gestaag naar boven, soms over een bestaand pad, een andere keer onze eigen route. Als silhouetten uit een schimmenspel tekenden onze groepsgenoten zich af tegen de witte omgeving. We hadden de sneeuwschoentechniek al goed onder de knie en hebben een tocht gelopen van twaalf kilometer. Terug bij de lodge werden we getrakteerd op een prachtige zonsondergang. Het noorderlicht hebben we helaas niet gezien.

witte wereld

dag 5Ook donderdag 20 maart hebben we een tocht gemaakt naar een bergtop. We werden afgezet ten noorden van Ruka, een van de grotere skigebieden van Finland. Tijdens onze wandeling naar de top van de 492 meter hoge berg Valtavaara, de hoogste van de regio, werd ons uitzicht gelukkig niet bedorven door drukke skipistes of lelijke liften. We liepen grotendeels door ongerepte sneeuw en het leek er juist op of we helemaal alleen op de wereld waren, zo rustig en vredig was onze witte omgeving. De zon scheen heerlijk op ons lijf, desondanks leken mijn handen te zijn bevroren na iedere pauze of fotostop. De pijn sneed dan door mijn vingers, momenten om even door te bijten. Ook op de boomloze top was het niet echt aangenaam door de ijzige wind. Gelukkig konden we schuilen in een hut bekleed met sneeuw en ijs. Het is de oudste hut op de Karhunkierros, de 80km lange ‘berentocht’. Dit is de meest populaire tocht van Finland. Fotografisch heb ik deze dag gelet op schaduwen, die weer mooi lang waren. Verder vroeg Antje, onze reisleidster of ik foto’s wilde maken van de groep die rennend door de sneeuw naar beneden kwam met opspattende sneeuw. Dat rennen is trouwens heerlijk. Als de sneeuw lekker los ligt, kun je fantastisch naar benden rennen en schuiven. Natuurlijk moet je dit niet doen op lawinegevaarlijke hellingen.

HeikkiOp vrijdag bonden we de sneeuwschoenen weer onder buiten voor onze lodge. De wandeling was niet lang, want we gingen vissen op het Singerjärvimeer en dat uitgerekend op de koudste dag van de week. De thermometer kwam niet boven de min twintig graden. Ik had me zo warm mogelijk aangekleed. Voor dit soort omstandigheden kwamen mijn donzen wanten uitermate goed van pas! Niet lang nadat we op het meer waren, kwam gelukkig onze gastheer Heikki Kilpelänaho al aan met zijn visgereedschap. Bij het vissen op een bevroren meer hadden we stevige boren nodig. Nadat de boren door de dikke laag heen waren, kreeg ieder een kleine hengel. Het is maar goed dat het avondeten niet bestond uit onze vangst, want we hadden niet één vis aan de haak geslagen. Met het visje ter grootte van mijn pink uit de netten van Heikki konden we de ochtend ook niet redden. Om zijn wakken open te houden legde hij er een blok piepschuim over, daarna bedekt met sneeuw. Onze ijsvisgaten mochten weer aanvriezen.

Nadat we in de lodge heerlijk waren opgewarmd, konden we ons opmaken voor meer spektakel. Tegen bijbetaling mocht je meegaan op huskytocht. De andere optie was een wandeling op sneeuwschoenen. Hoewel ik niet echt dol ben op snelheid die ik zelf niet goed kan controleren, wilde ik dit evenement niet missen. Bij huskyboerderij Enä-susi, dat wildernis van de wolf betekent, kregen we eerst een gedegen uitleg van hondenmenner “Mister Wolf”. De tocht moest voor ons zo veilig mogelijk verlopen, maar zeker ook voor de honden. Toen ik hoorde dat de lage temperatuur voor de husky’s juist goed was, omdat ze dan beter zouden rennen, begonnen de kriebels in mijn buik toe te nemen. Min twintig was eigenlijk nog maar net koud genoeg vertelde de menner. De honden hebben een dikke vacht en ze rennen graag. Dat zorgt er dus voor dat ze snel warm worden. Jan en ik kregen een slee met een span husky’s, zes honden in totaal. Ik ging als stuurvrouw aan de slag, terwijl Jan onder de dekens plaatsnam in het zitgedeelte. Aan een stevige haak zaten slee en honden vast met een touw. Ze waren zo opgewonden dat ze hard blaften en elkaar soms beten. In opperste concentratie was ik op het moment dat de honden werden losgelaten. We vlogen over de sneeuwvlakte en de adrenaline gierde door mijn lijf. Als snel begon ik te genieten. De honden kenden de route en we werden begeleid door menners op sneeuwscooters. Het was machtig om op deze manier door het landschap te glijden. We roetsjten over vlaktes, tussen bomen door, over diep bevroren meren en heuvels over. Heuvelop moest je de honden helpen door zelf mee te lopen. Omlaag hadden we de meest prachtige uitzichten. In een bocht naar beneden heb ik het voor elkaar gekregen de slee te laten kantelen. Jan, ik en onze camera’s kwamen ongedeerd in de sneeuw terecht gelukkig. De honden waren enthousiast door gerend, maar werden tot stilstand gemaand door de menners. Halverwege de tocht werd gewisseld van positie en was het mijn kans om actie foto’s te maken.

hondenslee

OulankaDe laatste dag was gereserveerd voor het nationaal park Oulanka. In dit park is de kleine berentocht uitgezet, de Pieni Karhunkierros, een route van twaalf kilometer. We volgden de Kitkajoki, een rivier die zich sterk slingerend een weg heeft gebaand door het taigabos. Delen van de rivier en zelfs watervallen waren bevroren. De stroomversnelling bij de watermolen was niet bevroren. Vanaf statief hebben we foto’s kunnen maken met langere sluitertijd. De wandeling was mooi. We liepen soms gelijk met de rivier en soms een aantal meters erboven. Omdat er geen sneeuw meer op de bomen lag, vond ik het landschap toch wat minder sprookjesachtig. De dagen met de bergtoppen spraken mij meer aan. In twee groepen werden we de volgende ochtend naar het vliegveld gebracht. Jan en ik zaten in de laatste groep en we bleven dus nog wat langer in de lodge. Door het raam zag ik ineens een grote bonte specht, een mannetje. Het is nog aardig gelukt om een foto te maken door het raam. Om de foto’s te bekijken die ik heb gemaakt kun je deze link aanklikken.

 

Hoge Venen, een hoogvlakte en natuurreservaat, 13 t/m 17 december 2015

Zondag 13 december zijn Jan en ik voor enkele dagen naar de Hoge Venen vertrokken. We hadden de week al in onze agenda’s geblokkeerd en pas kort tevoren deze bestemming uitgekozen. Wandelboeken gingen mee en ook onze camera’s. De gaten in de weg lieten ons weten dat we België binnen reden. Het landschap begon te glooien, de dakpannen waren van leisteen en de voertaal Frans. Het vakantiegevoel kwam binnen. We hadden bij B&B Le Farfadet geboekt, in Longfaye, aan de voet van de Hoge Venen. De weersvoorspelling tijdens onze boeking was goed, met af en toe zon en zelfs een kleine kans op sneeuw. Niets bleek minder waar een week later. Regen- en winddichte kleding hadden we dus in de reistas gelegd en deels al aangetrokken. Twee keer eerder waren we in het gebied geweest, beide keren in het voorjaar. Vanuit Vught bereikten we in minder dan twee uur de zuidkant van het gebied. Eerder dit jaar waren we ook al in Longfaye, voor ons een prima uitvalsbasis om het hele gebied goed te verkennen.

De eerste middag hebben we al een wandeling gemaakt. Het was niet helemaal droog, dus hebben we gekozen voor een iets beschuttere route door het bos. Uit het wandelboek Hoge Venen van Lannoo uit de serie Dicht-bij-huisgidsen hebben we route 20 ‘Bévercé, het mooiste van de Trôs Marets’ gekozen. Langs het veenriviertje Ru du Trôs Marets liepen we over een makkelijk begaanbaar pad geleidelijk omhoog. Waar we het riviertje precies over moesten steken was volgens ons niet duidelijk beschreven en daar zijn wij van de route afgeraakt. Iets verder leek het erop dat we de route toch weer te pakken hadden. Bij het keerpunt hebben we zelf niet goed opgelet en zijn we, achter andere wandelaars, te ver richting het noorden gelopen. Diezelfde wandelaars hadden gelukkig een goede stafkaart en hebben ons gewezen hoe we weer terug konden lopen. Bij een doorsteekje belandden we tot onze enkels in het met water overlopen pad. Dankzij onze uitrusting kregen we geen natte voeten. Net voor het echt donker werd, hebben we onze auto weer bereikt. De duisternis kwam snel op deze kortste dagen van het jaar.

Het weerbericht liet ons de volgende dag weten dat het droog zou blijven. Het was dus een geschikte dag om de veenvlakte weer te betreden. Eind maart 2015, het weekend waarin de klok een uurtje terug werd gezet naar de zomertijd, stonden wij reeds voor zonsopkomst bij Signaal van Botrange. Het is met 694m boven de zeespiegel het hoogste punt van België en de laatste Belgische populatie korhoenders komt hier voor. Met een excursie van Landschap vzw hoopten we de, voor de Benelux inmiddels bijzondere zwarte venenkip, te zien. We hadden geen geluk. Vorige maand waren we terug om het desolate landschap te verkennen. Uit het eerder vermelde wandelboekje kozen we route 12 ‘Botrange, de pracht van het Waalse veen’. Aan beide zijden omsloten door bomen, reikt het Waalse Veen zo ver als je kan kijken. Het pijpenstrootje lijkt in de verte de lucht te raken en een rijtje bomen vormt een fraai silhouet op de horizon.

20151214_Hoge Venen_8238-bewerkt-bewerkt-bewerkt-bewerkt

Bij aanvang van de wandeling was het volledig bewolkt, niet gek voor de periode van het jaar. Na enkele kilometers werden we verrast door lichtvlekken op de vlakte. De zon brak voorzichtig door de wolken heen en bescheen ook af toe de iele bomenrij. Het licht achter ons was zeker zo mooi. Indrukwekkende lichtharpen waaierden uit over het veen. Op een groot deel van de route konden we over knuppelpaden lopen, waardoor we onze voeten droog hielden en de natuur zo min mogelijk belast wordt. Ter bescherming van zeldzame dieren en planten zijn de Hoge Venen namelijk ingedeeld in vier zones:

  • Zone A: voor wandelaars vrij toegankelijk,
  • Zone B: wandelen alleen toegestaan over de gemarkeerde wegen en paden,
  • Zone C: alleen toegankelijk met een gids,
  • Zone D: volledig ontoegankelijk.

Op het laagst gelegen deel van het veen, halverwege de wandeling, liepen we langs de Helle. Het veenriviertje ontspringt iets verder, in de buurt van Baraque Michel. Via een brandgang zijn we geleidelijk weer naar het hoogste punt terug gewandeld. Tijdens de gehele wandeling heb ik gebied D afgespeurd, maar het korhoen hield zich wederom schuil.

20151215_Hoge Venen_8337-bewerkt-bewerkt-bewerkt-bewerkt

In 2014 hebben we de Hoge Venen voor de eerste keer bezocht. We wilden toen een wandeling maken door het Brackveen. Helaas voor ons hingen die dag de rode vlaggen uit. Met ongeveer 200 dagen neerslag en amper 20 dagen zon per jaar, is het op de Hoge Venen voornamelijk somber en vochtig. Desondanks vormt brand een terugkerende bedreiging. In het voorjaar en de zomer kan het heet en droog zijn. Dan worden de rode vlaggen gehesen en worden alle veengebieden direct gesloten. Wandelen kan op die dagen  alleen op enkele paden langs de weg. Maar dit keer wapperden gelukkig geen vlaggen. Bij de grens met Duitsland is een kleine parkeerplaats, van waaruit de wandeling van start ging. Dit keer een route uit het boekje Ardennen, Hoge Venen uit de serie Rother Wandelgidsen. We hebben gekozen voor wandeling 3 ‘Op de Grenzweg door het Brackvenn’. We zijn gestart richting het zuiden waarbij we het Platte veen betraden. Na een inleiding over een brandgang, leidde de beschrijving ons wederom een knuppelpad op. We liepen al direct langs vennetjes. Omdat het vrijwel windstil was, zagen we prachtige reflecties. Even verderop stond een wilde boom versierd tot kerstboom, een leuk idee. Nadat we de weg waren overgestoken vond ik de wandeling vrij saai tussen de hoge naaldbomen.

20151215_Hoge Venen_8290-bewerkt

20151215_Hoge Venen_8319-bewerkt-bewerkt

Terwijl het een dag eerder aangenaam lopen was over de knuppelpaden, ben ik hier twee keer flink onderuit gegaan. Meer naast dan op de knuppelpaden ben ik verder gelopen. Te zien aan de sporen die reeds waren gevormd, hadden meer mensen dat idee uitgevoerd. Bijna aan het eind van de wandeling hingen tere regendruppeltjes aan het gras. Dat maakte de stemming weer goed en ik ben met mijn regenkleding aan languit in het natte gras gaan liggen en heb nog even lekker kunnen fotograferen.

20151215_Hoge Venen_8386-bewerkt-bewerkt-bewerkt

20151215_Hoge Venen_8342-bewerkt-bewerkt-bewerkt-bewerkt

Na twee droge dagen, was het weer volledig omgeslagen. Het had al flink geregend ’s nachts. Maar bij het ontwaken zagen we mist boven de weilanden hangen. De wereld lijkt dan  wel verscholen en het gaf mij een prettig, mysterieus gevoel. Op onze laatste wandeldag hadden we gekozen voor een wandeling in de buurt. We konden zelfs lopend naar het startpunt. Ons oog was gevallen op een wandeling uit de folder ‘Plezierwandelingen, het water achterna’, uitgegeven door het toerismebureau van Oost- België. Het regende niet, maar we werden wel nat. We liepen niet alleen in de nattigheid, maar we zouden het ook gaan bewonderen. Al vrij snel kwamen we bij de waterval, la cascade de Bayehon. In een diep uitgesneden boskloof klaterde het water negen meter naar beneden. Even verderop kwamen we langs een bos met fijnsparren. Op zeer grote delen van het oorspronkelijke hoogveen zijn fijnsparren aangeplant de afgelopen drie eeuwen. Bij elke wandeling kwamen we door of langs langs eindeloze bossen met deze bomen. De mist op de achtergrond gaf dit bos echter een aparte sfeer. Iets verder heuvelopwaarts wandelden we langs het Tirifayeveen. Ook dit veen vormt een enorme spons van waaruit een massa water stroomt. De roodgekleurde veenriviertjes overspoelden her en der het pad. Door het mineraal pyriet in het water, een ijzersulfide, krijgt het water de rode kleur.

20151216_Hoge Venen_8405-bewerkt-bewerkt

Vlot bereikten we het hoogste punt van de wandeling, iets boven de 600 meter. De afdaling startte door een bos met ook weer voornamelijk fijnsparren en enkele beuken. We zagen nog enkele paddenstoelen en ook groeit er veel mos. Door het gebrek aan licht groeit er niet veel meer onder de hoge bomen. De regendruppels gaven de sporenkapsels een heel fraai uiterlijk en hier kon ik echt aan de slag met mijn macrolens. Het is iedere keer weer verrassend hoe de kleine wereld er door je macrolens of loep uit ziet. Omdat het steeds harder ging regenen, hebben we onze spullen opgeborgen in de rugzak en zijn we verder afgedaald. Het regende zelfs zo hard, dat ik zonder bril beter zag. De rest van de wandeling is de camera niet meer uit de tas gekomen. De wandeling was nog wel de moeite waard. Een groot deel van de route liepen we langs het riviertje de Pouhon in een diep uitgesleten kloof. Omdat er zo weinig ruimte was, moesten we de rivier meerdere keren oversteken, soms over gevaarlijk scheef hangende houten bruggetjes. Na een klim kwamen we weer terug bij de waterval en zijn we via dezelfde weg weer terug naar Le Farfadet gelopen. Voor meer foto’s klik hier.

20151216_Hoge Venen_8486-bewerkt

Trektocht langs de König von Südtirol, 12 t/m 19 augustus 2006

dag 2-2In juni 2006 heb ik mijn eerste digitale spiegelreflex camera gekocht. Twee maanden later ging de camera mee tijdens twee minitreks door het meest vergletsjerde berggebied van de Italiaanse Alpen. Bij reisorganisatie SNP had ik een groepsreis geboekt onderlangs de hoge noordwand van de Ortler. Deze vakantie had ik gepland om mijn lijf te testen voor een veel zwaardere trekking later dat jaar in Nepal.

De nachttrein bracht ons vanuit Arnhem naar Bolzano. Hierna was het nog twee uur per bus door het brede Vintschgau en het nauwe zijdal van Martell. Halverwege dit Martelltal zijn we uitgestapt. In een restaurant hebben we lekker gegeten en konden we ons omkleden. Hierna was het 800m klimmen naar de Zufallhütte. Dit leverde schitterende vergezichten op over het dal. Op de eerste wandeldag troffen we ook flinke laaghangende wolken. Met de zon die er tussendoor scheen ontstond een haast mystieke sfeer.

dag 2-1

Dat het weer nog meer in petto had, zouden we later in de week ontdekken. Tijdens de eerste minitrekking vanuit de Zufallhut klommen we over puinhellingen naar de bijna 3000 meter hoge pas Sällentjoch. Hoewel we midden in de zomer zaten, was de gevoelstemperatuur rond het vriespunt. Wolken hingen laag en ’s nachts was er sneeuw uit gevallen. De omgeving deed hierdoor bijna winters aan.

dag 4-1

dag 4-2

dag 5-1In het diepe val di Rabbi zijn we vervolgens afgedaald en hebben we overnacht in Rifugio Silvio Dorigoni. Hoog over de flanken van het val di Rabbi hebben we onze rondtocht om het massief van de Eggenspitze de dag erna vervolgd. Ook tijdens deze dagtocht liepen we langs uitgestrekte puinhellingen onder een witte deken. Na de passage van een pas zijn we verder geklommen naar een hooggelegen stuwmeer met hiernaast de HöchsterHütte. Ook in deze hut zijn we één nacht gebleven. Bij het ontwaken regende het behoorlijk hard, zoals dat in de bergen voor kan komen. De paden waren net riviertjes en de ondergrond was veranderd in een modderstroom. Al schuifelend en soms vallend zijn we afgedaald tot in het Martelltal. Bij restaurant Waldheim zouden we toch al een pauze houden, die werd door inkorting van de dag wandeling wat langer. We konden onze kleding een beetje drogen, warm worden en wat tot ons nemen. Foto’s heb ik die dag nauwelijks gemaakt. In het dal hebben we een deel van de route per minibus kunnen maken, zodat we alleen nog maar een korte klim hadden terug naar de Zufallhut. Aan het eind van de dag klaarde het weer gelukkig op.

dag 7-1

dag 9-1

dag 8-1

De tweede trekking leidde ons door het Madritschtal naar het hoge Madritschjoch (3123 m). Over de morenen van de Suldenferner gletsjer liepen we verder omhoog naar de prachtig gelegen Hintergrathütte. Het uitzicht op de verschillende bergtoppen was fenomenaal. De Königspitze (Gran Zebrù) en Ortler waren bijna aan te raken, zo dichtbij. Onderlangs de steile noordwand van de Ortler voerde een prachtig pad ons hoog boven de vallei van Sulden langs de volgende ochtend. We zijn afgedaald tot in het zonnige dal. Op onze een na laatste dag hadden we wat tijd voor onszelf. Aan het eind van de middag hebben we de steile klim naar de Tabarettahütte gemaakt. De laatste ochtend keken we bijna over de wolken uit. Er was zelfs een regenboog zichtbaar. Na een klim naar de Payergrat en een korte stop in de gelijknamige hut volgde nog een lange afdaling naar Trafoi. Hier hebben we een uitgebreide lunch genuttigd, waarna de terugreis kon beginnen.

dag 7-2