Monthly Archives: mei 2016

Het blauwe koor

20160314_Heikikkers_4157-bewerkt

In 2015 heb ik ze voor het eerst gezien, gehoord en gefotografeerd. De heikikkers. Hun kleur varieert van geelbruin tot rood/groenbruin. Maar in de paartijd kleuren de mannetjes blauw. Niet alleen de vrouwtjes worden hierdoor aangetrokken, ook fotografen en andere liefhebbers komen erop af.

20160317_Heikikkers_4411-bewerkt

20160313_Heikikkers_3697-bewerkt-2-bewerktAls de temperatuur enkele dagen boven de tien graden uitkomt, ontwaken de kikkers uit hun winterrust. Ze hebben dan bijna een half jaar grotendeels slapend doorgebracht, veilig weggestopt in de relatief warme humuslaag. De mannetjes worden eerst wakker. Ze huppen richting het water en ze proberen daar ongeschonden aan te komen. Met een maximale afmeting van zeven centimeter valt dat niet altijd mee. Ze kunnen door mens of dier letterlijk onder de voet worden gelopen. Als het water warm genoeg is, start het concert. De mannetjes blazen hun keel en wangen op en persen meerdere wuob-geluiden per seconde naar buiten. Ze hopen hiermee de vrouwtjes wakker te roepen. Ter versterking van hun aantrekkelijkheid kleuren de mannetjes blauw. Dit fenomeen is met name waar te nemen op de keel, maar bij voldoende hoge temperaturen wordt ook het lijfje felblauw van kleur. Slechts enkele dagen per jaar is die magische verkleuring waar te nemen.

20160314_Heikikkers_3930-bewerkt-bewerkt

20160313_Heikikkers_3757-bewerkt-bewerktTerwijl de mannetjes elkaar niet met rust kunnen laten en vechten voor de beste plek in het water, worden de vrouwtjes wakker. Ook zij verlaten hun veilige winterplek vanwege de drang zich voort te planten. Het water waar ze naartoe trekken is ondiep, stilstaand en bevat oevervegetatie. Dat is de beste biotoop voor het afzetten van hun dril. In de beschutting van graspollen of struikjes proberen de vrouwtjes wat te acclimatiseren. Hongerige reigers staan op de uitkijk en bij gevaar verdwijnen de kikkertjes onder water om nog dichter tegen de begroeiing aan te kruipen. Ondertussen zwelt de lokroep van de mannetjes aan. Wanneer een mannetje een vrouwtje in zijn armen heeft gesloten, laat hij haar niet meer los. Deze, niet altijd even liefdevolle, paringsgreep wordt amplexus genoemd. Het vrouwtje wordt stevig in de oksels gevat door de inmiddels opgezwollen voorpoten van het mannetje. Hij blijft haar op deze wijze omklemmen totdat ze haar kikkerdril heeft afgezet en hij de eitjes kan bevruchten. Het komt voor dat een vrouwtje te lang geen zuurstof krijgt en stikt.

20160311_Heikikkers_3583-bewerkt-bewerkt-2

20160317_Heikikkers_4300-bewerkt-bewerkt